Categorie: Goede doelen
Door: Peter Duijzend
Gelijkheidsbeginsel toegepast inzake vrijstelling schenkingsrecht
Hof Den Bosch heeft vorige week uitspraak gedaan in een zaak tussen een goeddoelinstelling en de Belastingdienst. Het Hof heeft bepaald dat schenkingen aan een algemeen nut beogende instelling (wetgeving voor 2006) vrij zijn van schenkingsrecht. Met ingang van 1-1-2006 is elke anbi onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van schenkingsrecht. Deze zaak gaat over het jaar 2003.Voor wat betreft het jaar 2003 is het Hof met de Rechtbank van oordeel dat de schenkingen die zijn ontvangen door een stichting die erkend is als anbi, vrij zijn van schenkingsrecht. De voornaamste reden is dat ook het Nederlandse Rode Kruis (al sinds 1946) is vrijgesteld van schenkingsrecht terwijl het zich in Nederland hoofdzakelijk met andere noden bezighoudt dan het bestrijden van calamiteiten. Het Hof merkt dit aan als toepassing van het gelijkheidsbeginsel. (LJN: BC7266, Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 07/00197)
Hieronder de belangrijkste overwegingen uit de uitspraak.
De Minister van Financien heeft bij Besluit van 12 maart 1946 (nr. 154) gebruik gemaakt van de hem in artikel 67, lid 1, aanhef en ten vierde, van de SW verleende bevoegdheid om het Nederlandse Rode Kruis (hierna : NRK) kwijtschelding te verlenen van (...) het recht, verschuldigd wegens een schenking ten algemenen nutte (...), welke aan een bepaalde tijdstip of gebeurtenis is gebonden is.' Het NRK heeft met toestemming van de Minister verder nooit aangifte schenkingsrecht gedaan en er is ook verder nooit schenkingsrecht van het NRK geheven. Het hierbovenvermelde kwijtscheldingsbesluit uit 1946 hing samen met een bepaalde gebeurtenis. Die gebeurtenis was de Tweede Wereldoorlog en daarmee samenhangend de noodzaak tot wederopbouw na afloop daarvan.
Vergelijkbare besluiten zijn genomen bij watersnoden en andere rampen, met dien verstande dat daarbij niet alleen het NRK, maar ook het Nationaal Rampenfonds werd vrijgesteld van aangifteplicht en van betaling van schenkingsrecht. Een vergelijkbare 'behandeling' valt al jaren het Prins Bernhard Fonds (hierna PBF) ten deel, zij het dat de vrijstelling hier gebaseerd is op artikel 67, lid 1, aanhef en ten derde, van de SW.
De activiteiten van het NRK beperken zich al lang niet meer tot bijzondere gebeurtenissen, maar breiden zich uit. Bij het aanvullend verweerschrift is een kopie van een tekst van de website van het NRK overgelegd.
Beoordeling van het geschil
De Rechtbank heeft belanghebbende in het gelijk gesteld.
Voor de behandeling van het NRK ontbreekt volgens de Rechtbank een wettelijke basis. De onjuiste wetstoepassing bij het NRK is volgens de Rechtbank terug te voeren op een oogmerk tot begunstiging van het NRK. Volgens de Rechtbank moet belanghebbende dan op gelijke wijze begunstigd worden met gevolg dat ook bij belanghebbende de wet onjuist moet worden toegepast.
Uit de tekst die het NRK heeft geplaatst op haar eigen website blijkt dat het NRK in Nederland een ontwikkeling in haar activiteiten heeft doorgemaakt die er toe heeft geleid dat haar behandeling op het punt van het schenkingsrecht niet meer onder de wet te brengen valt. Het NRK zegt immers zelf dat in Nederland zelden catastrofes plaatsvinden. Belanghebbende stelt daarom terecht dat de bewering van de Inspecteur dat het accent bij het NRK ligt op activiteiten op een bepaald tijdstip of bij een bepaalde gebeurtenis al lang feitelijk onjuist is, althans voor zijn activiteiten in Nederland. De Inspecteur heeft dat desgevraagd ter zitting slechts weersproken met de stelling dat het accent ligt op rampenbestrijding. Hij kon echter desgevraagd niets mededelen over de onderlinge verhoudingen tussen de activiteiten van het NRK en de financieringen van haar projecten. Het Hof moet het er dus voor houden dat het accent niet op rampenbestrijding ligt.
Terecht stelt de Rechtbank dan voorop dat de wet onjuist wordt toegepast bij het NRK en dat dan de behandeling van het PBF verder niet beoordeeld behoeft te worden.
Op diezelfde website is te lezen wat de activiteiten van het NRK tegenwoordig in Nederland zijn. Belanghebbende richt zich evenals het NRK op opvang en verzorging van zieke kinderen in een huiselijke omgeving. Het NRK richt zich blijkens de website daarnaast ook op eenzaamheidsbestrijding. Ter zitting bevestigden partijen desgevraagd dat het NRK nog een groot aantal andere activiteiten verricht. Het Hof vindt in dat verschil evenwel geen rechtvaardiging voor de vastgestelde ongelijke behandeling.
Het Hof vindt die rechtvaardiging ook niet in de door de Inspecteur in hoger beroep gestelde aanwezigheid van verschillen in aantal en omvang van de schenkingen, in het aantal te steunen doelen, in naamsbekendheid en in de wijze waarop elk van de instellingen zich manifesteert naar het grote landelijke publiek, temeer daar daarover ter zitting desgevraagd niets is komen vast te staan.
Het Hof vindt in die verschillen te minder rechtvaardiging om belanghebbende ten aanzien van het tarief drukkende op de schenkingen minder gunstig te behandelen dan het NRK, in het licht van het feit dat belanghebbende met ingang van 2006 gelijk wordt behandeld. Belanghebbende is met ingang van 2006 ook geen schenkingsrecht meer verschuldigd.
De Rechtbank heeft daarom ook in zoverre op goede gronden een juiste beslissing genomen.
Anders dan de Rechtbank laat het Hof in het midden of de onjuiste wetstoepassing ten aanzien van het NRK voortvloeide uit begunstigend beleid of uit oogmerk tot individuele begunstiging. Daaromtrent is te weinig komen vast te staan. Er is echter geen redelijke rechtvaardiging voor de gebleken ongelijke behandeling.
Dat is naar het oordeel van het Hof al voldoende reden om bij belanghebbende de wet even onjuist toe te passen als bij het NRK en ook aan belanghebbende kwijtschelding te verlenen van de door haar bij juiste wetstoepassing verschuldigde 11%.
De slotsom is dat het hoger beroep van de Inspecteur ongegrond is en dat de aangevallen uitspraak van de Rechtbank dient te worden bevestigd, zij het met verbetering van gronden, als hiervoor aangegeven.
Het Hof:
- verklaart het hoger beroep ongegrond;
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Er wordt vaak een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel maar deze worden niet vaak gehonoreerd omdat gelijke gevallen toch niet altijd helemaal gelijk zijn. In de praktijk zijn er gevallen bekend waarbij goeddoelinstellingen geen aangiftes schenkingsrecht hebben gedaan terwijl ze dit wel had gemoeten. Voor deze instellingen kan dit een belangrijke uitspraak zijn.