< PCM Dagbladen en Vital Clue creëren publiciteit voor het goede doel
Tue
19
April
18:58 Leeftijd: 7 yrs
Categorie: Goede doelen

Leden NGF in meerderheid voorstander van CAO-Fondsenwerving

Hoewel salaris niet het belangrijkste argument is om te kiezen voor een baan in de goede doelensector is een grote meerderheid van de leden van het NGF wel voorstander van een branche-CAO. Zij hopen dat er op die manier een einde komt aan de discussie over salarissen bij de goede doelen en dat zij daardoor weer kunnen toekomen aan hun eigenlijke werk: zoveel mogelijk geld werven.

Tijdens de ledenbijeenkomst van het NGF op 8 april 2005 heeft een uitvoerige gedachtewisseling plaatsgehad over de mogelijke invoering van een CAO-Fondsenwerving.

Voorafgaand aan de bijeenkomst was op verzoek van het bestuur een enquete onder de leden gehouden door de heer C. van Dijl, die al eerder salarisonderzoek heeft gedaan in de branche. Zodoende was het mogelijk de cijfers te vergelijken met 1999 en 2002. Dit onderzoek werd op de bijeenkomst gepresenteerd.

Voor dit onderzoek waren ruim 200 mensen per email benaderd. 91 leden respondeerden op het onderzoek en daarvan waren 79 werkzaam bij een fondsenwervende instelling. Van deze groep gaf 65% aan tevreden te zijn met het salaris. 56% beoordeelde de arbeidsvoorwaarden echter als ongunstiger dan in het bedrijfsleven. Toch is salaris niet het voornaamste element om te kiezen voor het werken in deze branche: 79% gaf te kennen dat maatschappelijke relevantie de voornaamste drijfveer is. Van de ondervraagden gaf 64% aan momenteel niet onder een CAO te vallen en 36% wel. Eenzelfde percentage, 64% vindt het een goed idee als er een CAO komt.

Vervolgens werden inleidingen gehouden door voorzitter Doekle Terpstra van de vakcentrale CNV, Kees Wouters, hoofd P&O van het Nederlandse Rode Kruis en Prof. Theo Schuyt, hoogleraar filantropie aan de VU in Amsterdam.

Terpstra prees de fondsenwervers voor hun idealisme, maar benadrukte dat het in de te verwachten krappere arbeidsmarkt van de toekomst risicovol is voor de continuïteit van organisaties om niet marktconform te belonen. Een CAO geeft bovendien stabiliteit, duidelijkheid en transparantie en dat zou de sector ten goede te komen. Als het publiek ziet dat salarissen tot stand komen met medewerking van de vakbeweging vergroot dat de legitimiteit van de sector. De vrees voor een keurslijf is volgens Terpstra ongegrond: een moderne CAO biedt voldoende ruimte voor diversiteit.

Wouters beschreef het proces van de totstandkoming van een CAO bij het Rode Kruis, waar uiteindelijk gekozen is voor het volgen van de ANWB-CAO. Het aanpassen van de eigen regels aan een ander systeem geeft een hoop gedoe, dus weet waar je aan begint zo betoogde hij. Anderzijds geeft het wel duidelijkheid, is het meer markconform en compleet en vergemakkelijkt dat het onderhandelen. Het lastigste volgens hem is om de werkgevers op één lijn te krijgen. De aanwezige werkgevers binnen het NGF, veelal directeuren van kleinere fondsen, zagen overigens vooral de voordelen van het zelf niet meer het wiel hoeven uitvinden.

Schuyt zag de discussie als een stap in het sector worden van de filantropie en was blij dat dit onderwerp op de agenda stond. Het zou wat hem betreft goed zijn als de sector meer pro-actief zou gaan handelen, in plaats van te reageren op de druk van buiten. Met een CAO zou z.i. een legitimatieprobleem worden opgelost alsmede een effectiviteitsprobleem. Het zou goed zijn als de commissie-Wijffels, die in opdracht van de VFI studeert op een code goed bestuur voor de sector, zou aandringen op de instelling van een CAO.
 
In de groepsdiscussie die daarna plaatsvond werd een vijftal stellingen behandeld. Opvallende uitkomst daaruit was dat de fondsenwervers een CAO vooral zien zitten om de transparantie en het aanzien van de branche te verbeteren en een stap te maken naar verdere professionalisering. De invulling zal in de praktijk de nodige haken en ogen geven, maar dit algemene motief werd vrijwel door alle aanwezigen onderschreven en van groot belang gevonden. Fondsenwervers zijn de discussie over salarissen beu en willen graag datgene doen waarvoor ze zijn aangetrokken: geld werven voor het goede doel. En liefst zoveel mogelijk!

Het bestuur zal dit standpunt verder verkondigen en proberen de VFI als organisatie van werkgevers over de streep te trekken.